Elke dinsdagmorgen heb ik met Bommel, onze vierjarige bruine labrador, jachttraining. Niet dat ik jaag, maar het is leuk om te doen en geweldig te ervaren dat het aangeboren jachtinstinct van zo’n hond aanwezig is en hoe dat verder ontwikkeld kan worden We doen dat op wisselende locaties. Soms is het in Groeneveld, dan weer bij Anna’s Hoeve en ook vaak in de polders bij Almere. Dat brengt afwisseling voor zowel de hond als zijn baas. Ik doe het nu een aantal jaren en er zit gestaag vooruitgang in. Bommel vindt het heerlijk, vooral als hij mag zwemmen. Het werken met dunmmies is helemaal het toppunt en zeker als we in Almere zijn en er soms met koud wild wordt gewerkt. Dat is verboden in Groeneveld, wat ik me wel kan voorstellen, want het kan voor het publiek met kinderen onprettig overkomen als je ineens een hond voorbij ziet rennen met een dooie kraai, eend of konijn is in zijn bek.
Het is mooi te zien hoe zijn instinct Bommel aanstuurt. Een dode eend uit het water halen gaat zonder problemen. Hij pakt hem goed vast zonder het beest ook maar iets te verminken.. Uit het water komt hij hem rechtstreeks bij me brengen, gaat zitten en ik kan hem rustig en ongedeerd uit zijn bek nemen. Ik ben dan zo trots als een pauw.
Wat ik vooral leer is dat de band tussen mij en Bommel enorm gevoelig is en zeer nauw luistert. Het lijkt wel of hij mijn bewustzijn tot in de finesses aanvoelt. Het is niet allen dat hij bij de les moet zijn, ik moet het vooral zelf zijn. Als ik even onachtzaam of slordig ben, dan is hij gelijk weg uit zijn concentratie. Het is dan ook vooral de baas die leert. Ik zal dat aantonen door wat me recent is overkomen.
Afgelopen dinsdag zijn we in Almere aan het trainen in een gebied bij het Spotvogelpad. Na wat apporteeroefeningen, haalt Rudi, onze trainer, een dode eend uit zijn tas. Ik merk aan Bommel dat zijn adrenaline begint toe te nemen. Ze ruiken dat direct. Hij gaat iets strakker op z’n poten staan en maakt kleine opgewonden piepgeluiden. Ik aai hem over zijn bol om hem wat te kalmeren. Rustig maar, zeg ik zacht en het helpt direct. Even op je beurt wachten. Als een paar andere honden eerst gaan, neemt de opwinding weer toe. Dan ben ik aan de beurt. Ik stap rustig naar de rietkraag die het water van het land scheid en zet Bommel naast me neer. Hij gaat keurig naast me zitten en kijkt me even aan. Dan zijn direct weer zijn ogen op het water gericht. Hij weet, daar gaat het gebeuren. Langzaam haal ik de lijn van zijn hals en ik aai hem weer over zijn bol en spreek hem zachtjes toe: je bent braaf, rustig maar.. Iedere spier staat echter gespannen. Rudi staat 10 meter van ons vandaan en met een wijde boog gooit hij de eend in het water. Bommel mag dan niet inspringen. Pas als ik het commando geef “apport’ mag hij weg. Ik voel dat we op dat moment diep contact hebben. Al zijn zintuigen zijn gespitst op het kleinste gebaar of geluid wat ik maar zal maken. Ook ik ben gespannen, ik voel op dat moment dat we een eenheid zijn, dat gaat niet vauit mijn hoofd , maar het is een verbinding van buik tot buik. Even die intense stilte tussen ons als ik nog twee tellen wacht.
Dan zeg ik “apport” en weg is Bommel. Hij rent naar de waterkant en kijkt of hij de eend ziet, want door de rietkraag heeft hij hem horen vallen in het water, maar niet zien vallen. Dan gaat hij in het water en zwemt met krachtige trapbewegingen vooruit, erop vertrouwend dat de verwaaiing van de geur van de eend hem in de goede richting zal brengen.
Maar dan maak ik een cruciale fout, ik draai me op en begin te praten met Rudi, terwijl Bommel nog onzeker is of hij wel in de goede richting zwemt. Op dat moment draait Bommel om en komt weer naar de kant, want hij heeft mijn stem gehoord, die niet ondersteunend was. Ik krijg op mijn donder van Rudi dat ik altijd de aandacht bij mijn hond moet houden, zeker in de nog onzekere situatie. De hond voelt dat de ondersteuning wegvalt en komt hem als het ware terughalen. Als Bommel weer op de kant is stel ik hem op zijn gemak en zet hem opnieuw in en blijf nu wel met alle aandacht volgen wat hij doet. Bommel brengt blij de eend netjes in mijn handen.
Weer een mooie les geleerd in Leiderschap, bedenk ik als ik later terugrijd naar huis. Het gaat om vertrouwen en de ruimte geven, maar tegelijkertijd echt aanwezig zijn zodat je er bent als het nodig is. Niet afwezig zijn, in andere gedachten zijn of in een ander wereld vertoeven, maar aanwezig zijn met ware aandacht. En ware aandacht is toch het mooiste geschenk dat je iemand kunt geven, of het nou een dier is of een mens.
Boy van Droffelaar, PhD



