‘Boy, this happens all the time…’. Dat zei Ian Read, de befaamde Zuid Afrikaanse wildernis gids, tijdens onze podcast ‘Leaders into the Wild’ #10. Niek en ik spraken met hem over synchronicity, ofwel ‘betekenisvol toeval’.
Als inleiding had ik aan Ian de vraag gesteld wat er gebeurt als we met de ‘talking stick’ in de circle zitten. Ian antwoordde: ‘In that little circle, that microcosmos, the whole macrocosmos is reflected. Every time to sit in that circle, and to be connected to everyone, the words which then come out are the truth. If you see their faces, they don’t even know where the words came from. Everyone takes the time to speak and listen deeply from the heart. And listen to what is not being said at all. The earth, the cosmos, is speaking back, is backing up what people say and feel. People are getting meaning from things that are happening around them.’
Zo vertelde Ian dat toen éen van de deelnemers een diep tansformatie moment beleefde er een grote zwerm witte vlinders boven de groep cirkelde. En ook toen iemand een enorme innerlijke kracht ervaarde er een olifant langs de groep liep. Wat is er sterker dan een olifant?
In mijn PhD research heb ik aangetoond dat zulke defining moments of piekervaringen je altijd bijblijven. Ze worden opgeslagen in het episodisch geheugen en komen iedere keer in je leven weer naar boven, juist op momenten die ertoe doen. Ze geven dan richting aan je leiderschap.
Psychoanalyticus Carl Jung (1875 -1965) was de eerste die zich verdiepte in synchroniciteit. Jung kwam daarover in gesprek, of beter, in een jarenlange briefwisseling, met natuurkundige Wolfgang Pauli (1900 – 1958). Pauli was zelf ook regelmatig ‘slachtoffer’ van synchroniciteit, zelfs zo erg dat er een natuurkundig verschijnsel naar hem is vernoemd: het Pauli-effect. Pauli was een theoreticus. Echter, wetenschappelijke apparatuur ging opvallend vaak stuk in het bijzijn van Pauli. Zó vaak zelfs dat sommige experimentalisten Pauli de toegang tot hun lab ontzegden.
In hun onderlinge briefwisseling kwam Jung tot een model dat ze unus mundus (‘één wereld’) noemden. De wereld die we waarnemen is maar één aspect van de werkelijkheid, namelijk het tastbare, fysieke aspect. Het psychisch deel, gevormd door bewustzijn en het collectief onbewuste, is een ander – complementair – deel van de werkelijkheid.
Recent hierop voortbouwend stelt Alberto Kastrup PhD, PhD, met een sterke toename van bijval uit gerenommeerde, internationale wetenschappelijke kringen, dat alles voortkomt uit het universeel bewustzijn: Het hele materiele universum is de uiterlijke verschijningsvorm van het universeel bewustzijn.
Dat is misschien als volgt voor te stellen. Wij zijn als levende wezens afzonderlijke golfjes dansend op de oceaan van het Universeel Bewustzijn. We zijn afzonderlijk herkenbaar en tegelijkertijd deel van die oceaan. Soms worden de grenzen van de golfjes wat poreus en voelen we diepe verbinding met de ander, met het grote geheel, met alles in de natuur. Bijvoorbeeld bij piekervaring in de natuur tijdens een trail, bij diepe meditatie, bij yoga, bijna-dood ervaring, of bij out-of-body ervaringen. Wellicht hebben Jung en nu Kastrup met deze verstrekkende hypothesen een tipje van de sluier van het bewustzijnsmysterie opgelicht.
Daarmee lijkt het dat in de oceaan van het universeel bewustzijn synchronicity vrij spel heeft en die valt ons toe als we ervoor open staan.
Boy van Droffelaar, PhD



