Het is midden in de nacht en ik slaap diep. Ik lig in mijn slaapzak op mijn slaapmatje. Het trompetteren van een olifant wekt me. Ik glimlach als ik me realiseer waar ik ben. In de wildernis van Imfelozi. Ik bevind me in een miljarden sterren hotel. De Melkweg strekt zich in al zijn glorie boven me uit. Wat een schitterend uitzicht.
“Oewieeet, Oewieet”, een hyena is nabij. Even later: “Oewoemf, oewoemf”, de roep van een leeuw in de verte. Dan hoor ik opspattend geluid. Ik weet zeker dat het de olifant is bij de rivier. Ik geniet met heel mijn hart van al deze geluiden. Dan tikt iemand zachtjes op mijn voet. Het blijkt JP te zijn. Het is mijn beurt om de nachtwacht te zijn. Ik doe mijn broek aan en loop naar het vuur, waar ik ga zitten. Het is een klein vuurtje van djaboeti-hout. Dit hout brandt altijd, ook in de regen, omdat het van nature een olieachtige substantie bevat.
Mijn ‘nightwatch’ verloopt rustig. Elke 10 minuten loop ik langs de omtrek van het kamp. Ik schat de tijd tussen de rondes in, aangezien we ons horloge hebben achtergelaten. Met een sterke zaklamp staar ik in de bush. Ik let vooral op of ik de weerspiegeling van nieuwsgierige ogen zie.
Eerder die avond heeft Peter, onze gids, voorgeteld dat we de hele volgende dag vooral in stilte gaan doorbrengen, te beginnen na de ochtend-council.
Na ontbijt en council pakken we stil onze spullen in en zorgen ervoor dat er absoluut geen sporen van ons verblijf meer te zien zijn. Tijdens de wandeling over het dichtbegroeide bushveld komen we bij een open plek waar drie neushoorns en een kalf aan het drinken en baden zijn in een kleine ‘pool’. Ze zijn ongeveer 20 meter van ons vandaan. Met een rustige, zachte tred lopen we er heel voorzichtig omheen. Ze voelen zich blijkbaar niet door ons geagiteerd. Het is een fascinerende ervaring. We observeren ze met volledige, alerte, maar stille, aandacht.
Later legt Peter uit dat de acceptatie van onze aanwezigheid door de natuur kennelijk naar een hoger niveau is gegaan. We zijn één geworden met de natuur. Dat leidt hij af uit het feit dat de vele oxpeckers, zittend op de rug van een van de neushoorns, niet zijn weggevlogen. Deze vogels zijn de ‘verlengde ogen en oren’ van de neushoorn. In ruil daarvoor eten ze het voedsel dat de neushoorn laat vallen, of ze eten de teken van zijn huid. Twee dagen geleden hebben we ze nog weg zien vliegen en zo waarschuwden ze de neushoorns voor onze aanwezigheid. Nu zitten ze stil op hun rug. We zijn niet langer een verstoring van de natuur. We zijn diep verbonden met de natuur en de natuur heeft ons geaccepteerd.
De stilte en innerlijke rust heeft ons getransformeerd. We zijn meer bewust geworden wie we zouden kunnen zijn; we zijn dichter bij het kind in onszelf gekomen. Dat wordt gevoeld door onze omgeving, en dat resoneert met het allesomvattende bewustzijn van de natuur. Dit gevoel is nu ook goed verankerd in ons ware zelf, in ons bewustzijn. Op momenten die ertoe doen, zullen we ons deze bijzondere plek herinneren, én het vredige gevoel. Het zal ons helpen om op dat moment het juiste te doen. Dan zullen we vrijwel zeker, voordat we een belangrijk besluit nemen, nadenken over alle aspecten. We zullen even stil zijn en luisteren met een open mind, hart en wil. We zullen ons diep verbonden voelen met onze kernwaarden en wie we werkelijk zijn. Op dat moment zullen we als een meer authentieke, natuurlijke leider in actie komen.
Boy van Droffelaar, PhD



